ECLI:NL:CBB:2005:AT5809
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van mkz-besmetverklaring en preventieve ruiming op grond van richtlijn 85/511/EEG
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de rechtmatigheid centraal van het besluit van de Directeur RVV om de evenhoevige dieren van appellanten verdacht te verklaren van mond- en klauwzeer (mkz) en preventief te ruimen. Dit besluit was gebaseerd op een besmetverklaring van het bedrijf van C, gelegen binnen twee kilometer van het bedrijf van appellanten, waar mkz-virus werd vastgesteld via laboratoriumonderzoek door ID-Lelystad B.V.
Appellanten betwisten de aanwezigheid van mkz op het bedrijf van C, de betrouwbaarheid van de laboratoriumonderzoeken en de rechtmatigheid van de genomen maatregelen, stellende dat de klinische verschijnselen niet overeenkomen met mkz, dat de monstername en -verwerking niet volgens procedures verliepen, en dat contaminatie of verwisseling van monsters niet is uitgesloten. Verweerder verdedigt de rechtmatigheid van het besluit en onderbouwt de betrouwbaarheid van de laboratoriumuitslagen, ondersteund door DNA-onderzoek en kwaliteitscertificeringen.
Het College overweegt dat de besmetverklaring van het bedrijf van C uitsluitend gebaseerd is op positieve laboratoriumuitslagen, niet op klinische symptomen, en acht de betwisting van appellanten onvoldoende onderbouwd. Het College concludeert dat de dieren van appellanten terecht verdacht zijn verklaard en preventief geruimd. Tevens wordt het onderzoek heropend en worden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de bevoegdheid van laboratoria die mkz-onderzoeken uitvoeren en de rechtsgevolgen daarvan.
De procedure wordt geschorst in afwachting van de prejudiciële beslissing, waarbij het College benadrukt dat argumenten ontleend aan richtlijn 85/511/EEG die niet in het geschil zijn ingebracht, niet ambtshalve kunnen worden betrokken. De zaak betreft een complexe afweging van nationale en communautaire regelgeving ter bestrijding van mkz.
Uitkomst: De verdachtverklaring en preventieve ruiming van de dieren van appellanten zijn rechtmatig; prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie.