ECLI:NL:CBB:2005:AT5805
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van besluiten tot verdachtverklaring en preventieve ruiming van dieren bij mond- en klauwzeerbestrijding
In deze bestuursrechtelijke procedure zijn appellanten, veehouders met evenhoevige dieren, in beroep gegaan tegen besluiten van de Directeur Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) die hun dieren verdacht verklaarden van mond- en klauwzeer (mkz) en preventief lieten ruimen. De besluiten waren gebaseerd op een besmetverklaring van een primair bedrijf te Oosterwolde, waar mkz-virus was vastgesteld via laboratoriumonderzoek door ID-Lelystad B.V.
Appellanten betwistten de besmetverklaring en de rechtmatigheid van de verdachtverklaring en ruiming, stellende dat de besmetting niet onomstotelijk was vastgesteld, dat de implementatie van EU-richtlijn 85/511/EEG onjuist was, dat de ruimingscirkel van twee kilometer te ruim was en dat de schadevergoeding onvoldoende was. Verweerder voerde aan dat de besmetting voldoende was aangetoond, dat de besluiten in lijn waren met de richtlijn en nationale wetgeving, en dat de ruimingscirkel veterinaire gronden had.
Het College oordeelde dat de besmetverklaring terecht was gebaseerd op de laboratoriumuitslagen en epidemiologische gegevens, dat de verdachtverklaring en ruiming rechtmatig waren en in overeenstemming met de richtlijn en nationale regelgeving. Het College verwierp de stellingen over onvoldoende schadevergoeding in deze procedure en besloot het onderzoek te heropenen en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voor te leggen over de bevoegdheid van laboratoria en de rechtsgevolgen van laboratoriumonderzoek uitgevoerd door niet in bijlage B van de richtlijn genoemde laboratoria.
Uitkomst: De besluiten tot verdachtverklaring en preventieve ruiming van de dieren van appellanten zijn rechtmatig verklaard.