ECLI:NL:CBB:2005:AT4994
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens ontbreken vakbekwaamheid leidinggevende
Appellant, handelend onder de naam Taxibedrijf B, kreeg in 2001 een vergunning voor taxivervoer verleend op basis van de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, C. Later concludeerde de Minister van Verkeer en Waterstaat dat appellant zelf niet beschikte over de vereiste vakbekwaamheid en dat C niet langer permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming.
Na een onderzoek en een hoorzitting werd de vergunning ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan de vakbekwaamheidseis. Appellant voerde aan dat ook zijn echtgenote actief was en dat de besluitvorming onzorgvuldig was, maar het College oordeelde dat de vergunning terecht was ingetrokken omdat de feitelijke leiding niet door de vakbekwame procuratiehouder werd gevoerd.
Het College benadrukte dat de Minister bevoegd is om na vergunningverlening te toetsen of aan de voorwaarden wordt voldaan en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel niet verhinderen dat een vergunning wordt ingetrokken indien de voorwaarden niet meer worden nageleefd. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard.