ECLI:NL:CBB:2005:AT3652
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing premieaanvraag dierlijke EG-premies wegens niet gemelde ooienverplaatsing
Appellant vroeg premie toegekend te krijgen voor het aanhouden van 360 ooien in het verkoopseizoen 2003. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af omdat slechts 306 ooien op het bedrijf aanwezig waren en 54 ooien zich op een ander bedrijf bevonden zonder melding van verplaatsing.
Na bezwaar herzag verweerder het besluit gedeeltelijk en kende premie toe voor 306 ooien met korting. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit. Het College oordeelde dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting hield, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht vereist was omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was.
Verder gaf het College een interpretatie van de Regeling dierlijke EG-premies dat melding van verplaatsingen alleen vereist is indien de ooien op bepaalde gronden worden gehouden. Verweerder moet bij hernieuwde beslissing onderzoeken onder welke categorie de gronden vallen en appellant gelegenheid geven tot hoorzitting.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd proceskostenvergoeding aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen na hoorzitting.