ECLI:NL:CBB:2005:AT2713
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen oplegging superheffing melk door tussenpersoon zonder erkenning als koper
Appellant, werkzaam als handelaar in vee en bemiddelaar in melkquotum, haalde melk op bij veehouders die hun quotum overschreden en leverde deze aan veehouders die onder hun quotum bleven. Verweerder legde op grond van de Regeling superheffing 1993 een heffing op omdat appellant niet erkend was als koper en geen heffingvrije hoeveelheid had geregistreerd.
Appellant stelde dat hij slechts een vriendendienst verleende zonder vergoeding en geen koper was. Het College oordeelde dat het begrip koper ruim moet worden uitgelegd conform het arrest van het Hof van Justitie en dat appellant als tussenpersoon met contractuele betrekkingen met producenten moet worden aangemerkt als koper.
Verder stelde het College vast dat appellant niet voldeed aan de administratieve verplichtingen en dat de ambtshalve vaststelling van de hoeveelheid melk door verweerder op redelijke gronden kon worden gehandhaafd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werden geen proceskosten toegewezen. Het besluit bevestigt de heffing van € 5.321,34 over 14.935 kg melk in de superheffingsperiode 2002/2003.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van superheffing aan appellant wordt ongegrond verklaard.