ECLI:NL:CBB:2005:AT2709
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing tijdelijke overdracht fabrieksquotum melk wegens vervallen quotum
Appellante, enig erfgenaam van C, stelde beroep in tegen het besluit van het Productschap Zuivel waarin haar verzoek tot registratie van tijdelijke overdracht van fabrieksquotum werd afgewezen. Het geschil betrof de vraag of het vervallen fabrieksquotum van appellante geactiveerd had kunnen worden om overdracht mogelijk te maken.
Het Productschap had het fabrieksquotum van C per 1 april 2003 laten vervallen omdat er in de voorgaande heffingsperiode geen melk was geleverd en het quotum niet was verhuurd. Appellante had niet vóór de gestelde reactiveringsdatum (1 januari 2004) de melkproductie hervat, waardoor het quotum niet geactiveerd kon worden. Het bezwaar tegen het vervallen van het quotum was niet-ontvankelijk verklaard en onherroepelijk geworden.
Appellante voerde aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd over de mogelijkheid tot reactivering, en dat het Productschap in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door andere melkveehouders wel te informeren. Het College oordeelde dat de situatie van appellante niet vergelijkbaar was met die van andere partijen en dat het Productschap het verzoek tot overdracht slechts kon afwijzen omdat er geen quotum beschikbaar was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat het fabrieksquotum was vervallen en niet tijdig geactiveerd.