ECLI:NL:CBB:2005:AS5293
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant, handelend onder de naam A’s Taxi, maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn taxivergunning door de Minister van Verkeer en Waterstaat. De vergunning was aanvankelijk verleend op basis van de inbreng van vakbekwaamheid door een procuratiehouder, B. Verweerder stelde echter vast dat de procuratiehouder vanaf juli 2003 geen leidinggevende werkzaamheden meer verrichtte, waardoor niet langer werd voldaan aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven.
Na een onderzoek en hoorzitting handhaafde verweerder het besluit tot intrekking van de vergunning. Appellant betoogde dat de besluitvorming niet zorgvuldig was en dat de intrekking nadelige financiële gevolgen had, maar kon niet aantonen dat de vakbekwaamheidseis werd nageleefd.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was de vergunning in te trekken omdat niet langer werd voldaan aan de wettelijke eisen, en dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het behoud van de vergunning. De belangen van appellant waren voldoende gewaarborgd door de termijn tussen besluit en intrekking. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard omdat niet langer wordt voldaan aan de vakbekwaamheidseis.