ECLI:NL:CBB:2005:AS5072
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding vernietigde melk na plaatsing kentekenen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het bezwaar tegen de vastgestelde hoogte van de vergoeding voor vernietigde melk, als gevolg van een vervoersverbod en plaatsing van kentekenen op het bedrijf, is afgewezen.
De zaak betreft een maatregel op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd), waarbij gebouwen en terreinen besmet of verdacht van besmetting zijn verklaard, met een vervoersverbod tot gevolg. Vergoeding van schade kan op grond van artikel 91 Gwd Pro plaatsvinden, waarbij verweerder aansluiting zoekt bij de schadeloosstelling zoals neergelegd in artikel 86 Gwd Pro.
Appellante betoogt dat het vervoersverbod feitelijk een andere maatregel betreft en dat de vergoeding onvoldoende is omdat alleen variabele kosten worden vergoed en arbeid onbetaald blijft. Tevens wordt een beroep gedaan op schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College oordeelt dat verweerder het juiste wettelijke kader heeft toegepast en dat het beleid niet onredelijk is. De vergoeding brengt appellante in dezelfde financiële positie als zonder vernietiging van melk. Er is geen sprake van een individuele en buitensporige last, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.