ECLI:NL:CBB:2005:AS5071
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding vernietigde melk bij stand still periode en verdachtverklaring bedrijf
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarbij het bezwaar tegen de hoogte van de schadeloosstelling voor vernietigde melk werd afgewezen. Verweerder had een vervoersverbod opgelegd vanwege een verdenking van mond- en klauwzeer, waarbij melk moest worden vernietigd. De vergoeding werd berekend op basis van de opbrengst die de veehouder zou hebben gekregen, met uitzondering van de stand still periode waarin geen vergoeding werd toegekend.
Appellante stelde dat de schade over de stand still periode ook vergoed moest worden omdat het vervoersverbod feitelijk een andere maatregel betrof en verweerder onterecht een korting toepaste. Het College oordeelde dat verweerder het besluit op juiste wettelijke grondslag had genomen en dat het beleid om de stand still periode niet te vergoeden niet onredelijk was. De stand still periode gold immers landelijk en de schade daarvan werd beschouwd als normaal bedrijfsrisico.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde hiermee het beleid van verweerder en de wijze van schadeloosstelling volgens artikel 91 Gwd Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het beleid van verweerder bevestigd.