ECLI:NL:CBB:2004:AR8834
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing hardheidscategorie 4 in varkenshouderij wegens onjuiste vergunningtoekenning
Appellanten, bestaande uit een persoon en een maatschap, hadden beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw van 27 januari 2004, waarin hun bezwaar tegen de afwijzing voor hardheidscategorie 4 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv) ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of de milieuvergunning die op 22 december 1998 werd verleend, kon worden toegerekend aan een vóór 10 juli 1997 ingediende aanvraag. Appellanten stelden dat de oorspronkelijke aanvraag van 15 januari 1997 de basis vormde van de vergunningverlening, ondanks een latere wijziging in januari 1998, veroorzaakt door overleg tussen gemeenten en provincies.
Verweerder betoogde dat de latere wijziging een nieuwe aanvraag was, die niet in aanmerking kwam voor hardheidscategorie 4, omdat deze na 10 juli 1997 was ingediend en een verdere uitbreiding van de varkensstapel inhield.
Het College oordeelde dat de vergunning mede inhoudt de inwilliging van de oorspronkelijke aanvraag en dat het tijdsverloop niet aan appellanten te wijten was. De latere wijziging kon niet worden gezien als een nieuwe aanvraag die de band met de oorspronkelijke aanvraag doorsneed. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met veroordeling van verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.