ECLI:NL:CBB:2004:AR6200
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning taxivervoer wegens ontbreken permanent en daadwerkelijk leidinggeven
Appellant had een vergunning voor taxivervoer verkregen, waarbij de vakbekwaamheid werd ingebracht door een procuratiehouder, C. Verweerder stelde na onderzoek vast dat C niet permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming, mede omdat C tevens als chauffeur werkte en leiding gaf bij meerdere ondernemingen.
Verweerder trok daarom de vergunning in, wat appellant betwistte. Het College oordeelde dat verweerder bevoegd is om na vergunningverlening te toetsen of de feitelijke situatie overeenkomt met de vergunningvoorwaarden. De verklaring van C en het gebrek aan bewijs van daadwerkelijke en continue leiding gaven aanleiding tot intrekking.
Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Het College wees tevens proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt het belang van daadwerkelijke vakbekwaamheid en betrokkenheid bij de bedrijfsvoering voor het behoud van een taxivervoervergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivervoervergunning wordt ongegrond verklaard.