ECLI:NL:CBB:2004:AR6039
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar extensiveringsbedrag dierlijke EG-premies
Appellant diende een aanvraag in voor premies op grond van de Regeling dierlijke EG-premies, maar had nagelaten het vakje voor het extensiveringsbedrag aan te kruisen in zijn aanvraag oppervlakten. Verweerder kende wel een premie toe voor het aanhouden van mannelijke runderen, maar wees het extensiveringsbedrag af en verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk.
Het College oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was omdat het zich richtte tegen het besluit van 20 juni 2003 waarin het extensiveringsbedrag niet was toegekend. Het bestreden besluit werd vernietigd en het bezwaar tegen het primaire besluit werd inhoudelijk ongegrond verklaard, omdat appellant niet had voldaan aan de formele eis om het extensiveringsbedrag aan te vragen.
Het College wees tevens een proceskostenvergoeding toe aan appellant en bepaalde dat verweerder het betaalde griffierecht moest vergoeden. De zaak benadrukt het belang van het correct en tijdig indienen van aanvragen conform de regeling en dat het niet aankruisen van het vakje voor het extensiveringsbedrag niet als een kennelijke fout kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar tegen het primaire besluit inhoudelijk ongegrond verklaard.