ECLI:NL:CBB:2004:AR4461
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering categorie 19 hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar bezwaar tegen de weigering om in aanmerking te komen voor categorie 19 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv) ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 23, eerste lid, Bhv, waarbij appellante meende dat de omschakeling van kippen naar kalkoenen op haar bedrijf een vergroting van het aantal dieren van andere diersoorten dan varkens betekende, waardoor zij recht zou hebben op toepassing van categorie 19. Verweerder stelde dat de mestproductie van kalkoenen lager was dan die van kippen, zodat geen sprake was van een vergroting in de zin van het Bhv.
Het College oordeelde dat de vergelijking van aantallen dieren moet plaatsvinden op basis van mestproductie uitgedrukt in kilogram fosfaat, en dat de mestproductie van kalkoenen lager was dan die van kippen. Ook werd geoordeeld dat de milieuvergunning van 1994 niet was verleend met het oog op een vergroting van het aantal dieren van andere diersoorten dan varkens.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van toepassing van categorie 19 Bhv wordt ongegrond verklaard.