ECLI:NL:CBB:2004:AR3457
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking taxivergunning wegens ontijdigheid
Verzoekers, een onderneming en haar vennoten, hadden beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot intrekking van hun taxivergunning. Zij verzochten vervolgens om een voorlopige voorziening om de continuïteit van hun taxivervoer te waarborgen en de vergunning veilig te stellen.
De voorzieningenrechter constateerde dat het verzoek om voorlopige voorziening pas ruim drie maanden na het intrekkingsbesluit en twee weken na de inwerkingtreding van de intrekking was ingediend. Verzoekers hadden binnen drie weken na het besluit al beroep ingesteld, maar geen verzoek om versnelde behandeling of voorlopige voorziening. Hierdoor ontbrak het aan onverwijlde spoed.
Hoewel verzoekers stelden dat aan de vakbekwaamheidseis inmiddels was voldaan, oordeelde de voorzieningenrechter dat dit geen reden was om het verzoek toe te wijzen. De intrekking was niet onrechtmatig en verzoekers konden een nieuwe vergunning aanvragen indien voldaan werd aan de voorwaarden.
Het verzoek werd daarom afgewezen wegens ontijdigheid en het ontbreken van spoedeisend belang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de taxivergunning is afgewezen wegens ontijdige indiening en het ontbreken van onverwijlde spoed.