ECLI:NL:CBB:2004:AR3081
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing extra varkensrecht op grond van hardheidsgeval 3 Meststoffenwet
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het bezwaar tegen de afwijzing van een extra varkensrecht op grond van hardheidsgeval 3 werd ongegrond verklaard. Het geschil betreft de juiste vaststelling van het pluimveerecht over het jaar 1998, waarbij appellant stelt dat hij eerder dan 1 november 1998 pluimvee hield en dat de MINAS-aangifte correct is.
Het College heeft onderzocht of verweerder zich bij de beoordeling van de 25%-eis van artikel 58k, eerste lid, sub c, van de Meststoffenwet op andere gegevens dan de MINAS-aangifte mocht baseren. Het College oordeelt dat het bestuursorgaan ambtshalve rekening mag houden met nader beschikbaar gekomen gegevens na 1 januari 2001, zoals het AID-rapport van februari 2004.
Het rapport van de Algemene Inspectiedienst concludeert dat appellant niet eerder dan 1 november 1998 pluimvee hield. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook de berekening van het gemiddelde aantal dieren over 1998 door verweerder is correct. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit tot afwijzing van extra varkensrecht op grond van hardheidsgeval 3 wordt ongegrond verklaard.