ECLI:NL:CBB:2004:AR3077
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar over ooipremie 2002 wegens niet-ingediende aanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake het niet nemen van een beslissing over de ooipremie 2002 en de vermindering van zijn premierechten. De kern van het geschil is of appellant tijdig een aanvraag voor de ooipremie 2002 heeft ingediend bij het agentschap LASER.
Het College stelt vast dat volgens de Regeling dierlijke EG-premies een aanvraag binnen de vastgestelde aanvraagperiode door LASER moet zijn ontvangen om voor premie in aanmerking te komen. Verweerder heeft gesteld en onderbouwd dat geen aanvraag van appellant is ontvangen. Appellant kon geen bewijs leveren van verzending of ontvangst van een aanvraag.
Omdat geen aanvraag is ontvangen, kon verweerder geen besluit nemen over de premieaanvraag 2002. Dit betekent dat er geen sprake is van een besluit of een weigering om een besluit te nemen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaar van appellant is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep van appellant is beperkt tot de weigering van premie over 2002. Het College oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat de procedurele vereisten niet zijn nageleefd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen aanvraag ooipremie 2002 heeft ingediend en het bezwaar niet-ontvankelijk is.