ECLI:NL:CBB:2004:AR2364
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Schorsing accountant na tuchtklacht wegens schijnlening en belangenconflict
In deze zaak hebben A en C beroep ingesteld tegen een beslissing van de raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten te Amsterdam. De raad van tucht had de klacht deels gegrond verklaard en aan C een schorsing van zes maanden opgelegd, met publicatie in een regionaal dagblad.
Het College van Beroep beoordeelde eerst de grieven van A, die onder meer stelden dat de raad van tucht in strijd met de procesorde had gehandeld en dat gegevens bewust waren achtergehouden. Het College verklaarde het beroep van A niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de gegrondverklaring van de klacht en verwierp de overige grieven.
Vervolgens oordeelde het College over de grieven van C, waaronder de juistheid van de feitenvaststelling en de kwalificatie van een kredietovereenkomst als schijnlening. Het College vond dat C tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld door medeondertekening van een gefingeerde lening en bevestigde het oordeel van de raad van tucht over het belangenconflict.
Het College verwierp het beroep van C en bepaalde dat de schorsing van zes maanden ingaat op 21 september 2004, met de verplichting tot publicatie van de beslissing. Hiermee werd de tuchtmaatregel gehandhaafd vanwege schending van elementaire eisen van onafhankelijkheid en integriteit.
Uitkomst: De schorsing van zes maanden voor de accountant wordt bevestigd met publicatie van de tuchtbeslissing.