ECLI:NL:CBB:2004:AQ6594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening pluimveerecht op grond van uitbreidingsvergunning Meststoffenwet
Appellante betwistte de berekening van het pluimveerecht door verweerder, stellende dat bij de berekening ten onrechte niet is uitgegaan van het aantal vleeskuikens zoals toegestaan in de uitbreidingsvergunning van 1999 (95.250 vleeskuikens).
Het College overwoog dat artikel 4 van Pro het Uitvoeringsbesluit pluimveerechten een vergelijking vereist tussen het aantal kippen/kalkoenen dat ingevolge de laatst aangevraagde milieuvergunning mag worden gehouden en het aantal dat op grond van de Wet milieubeheer kon worden gehouden. Dit betekent dat de milieuvergunning uit 1997 (73.200 vleeskuikens) als uitgangspunt geldt.
Verweerder had het pluimveerecht berekend door de nulsituatie te vergelijken met de milieuvergunning uit 1997, wat resulteerde in een vergroting van 22.050 vleeskuikens. Het College achtte deze methode juist en concludeerde dat appellante door het bestreden besluit niet tekort is gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.