ECLI:NL:CBB:2004:AQ5887
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vakbekwaamheidseis bij weigering taxivergunning en inbreng leidinggevende door procuratiehouder
Appellant verzocht om een taxivergunning, waarbij de vakbekwaamheid binnen de onderneming zou worden ingebracht door een procuratiehouder, B. Verweerder weigerde de vergunning omdat niet aannemelijk was dat B permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan het vervoer, zoals vereist volgens het Besluit personenvervoer 2000.
Na bezwaar en aanvullend beroep heeft het College het besluit van verweerder getoetst. Het College oordeelde dat de wet en beleidsregels eisen dat de vakbekwame persoon inhoudelijk en continu betrokken moet zijn bij de leiding van het vervoer en de onderneming. De door appellant overgelegde documenten en de procuratieovereenkomst toonden niet aan dat B daadwerkelijk alle wezenlijke beslissingen nam of betrokken was bij de bedrijfsvoering.
Appellant stelde onder meer dat de vakbekwaamheid ook door een ander dan de ondernemer kon worden ingebracht en dat er sprake was van willekeur en schending van het vertrouwensbeginsel. Het College verwierp deze gronden, stelde dat de beleidsregel geen wijziging van het toetsingskader inhield en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet gegrond was.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder werd veroordeeld in de proceskosten daarvan. Het beroep tegen het besluit op bezwaar werd ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de taxivergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt niet verleend.