ECLI:NL:CBB:2004:AP2153
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- C.J. Borman
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit doorhaling inschrijving tussenpersoon wegens onvoldoende motivering
Appellant was ingeschreven als tussenpersoon in het register van tussenpersonen op grond van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf. Na een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens valsheid in geschrift en bedrog bij verzekering, besloot de Sociaal-Economische Raad tot doorhaling van zijn inschrijving. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat hij niet vooraf is gehoord, dat de maatregel te zwaar is en dat de belangen onvoldoende zijn afgewogen.
Het College stelde vast dat de motivering van het besluit tot doorhaling onvoldoende concreet was en dat verweerder niet duidelijk had gemaakt welke gedragingen van appellant de normschending vormden. Tevens ontbrak kennisneming van het vonnis van de politierechter in het dossier van verweerder. Verder werd geoordeeld dat de schending van de hoorplicht (artikel 4:8 Awb Pro) terecht werd aangevoerd, aangezien appellant niet voorafgaand aan het besluit is gehoord over de feiten en omstandigheden waarop het besluit was gebaseerd.
Gelet op deze tekortkomingen verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd appellant het betaalde griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot doorhaling wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.