ECLI:NL:CBB:2004:AP0244
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen bezwaarschrift
Verzoekster heeft bij brief van 13 maart 2003 de Minister van Economische Zaken verzocht om ontheffing van de verplichting een netbeheerder aan te wijzen, op grond van de Elektriciteitswet 1998. Na afwijzing op 24 juni 2003 maakte verzoekster bezwaar, waarop de Minister de beslistermijn met vier weken verlengde. Verzoekster drong aan op tijdige beslissing en stelde op 16 oktober 2003 beroep in bij het College wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift, met een verzoek om voorlopige voorziening.
Nadat de Minister alsnog op 29 oktober 2003 op het bezwaarschrift besliste, trok verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht zij om proceskostenveroordeling. De Minister zag geen reden tot verweer en stemde in met de kostenveroordeling.
De voorzieningenrechter constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat de Minister door alsnog te beslissen aan verzoekster tegemoet was gekomen. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling toe, begrootte de kosten op €80,50 en bepaalde dat het betaalde griffierecht van €232,- aan verzoekster wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Minister van Economische Zaken wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €80,50 en terugbetaling van het griffierecht van €232,-.