ECLI:NL:CBB:2004:AP0243
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening verdachtverklaring schapen
Verzoekers werden geconfronteerd met een besluit van de Voedsel en Waren Autoriteit waarin hun schapen verdacht werden verklaard van scrapie op basis van een positieve prionentest. Hiertegen maakten zij bezwaar en vroegen een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
Verweerder beëindigde echter de verdachtverklaring voordat de voorlopige voorziening werd behandeld, waarna verzoekers hun verzoek introkken en proceskostenvergoeding vorderden. De voorzieningenrechter onderzocht of verweerder hiermee geheel of gedeeltelijk aan het verzoek was tegemoetgekomen.
De rechter oordeelde dat de beëindiging van de verdachtverklaring niet inhield dat verweerder terugkwam op het oorspronkelijke standpunt, maar dat dit was gebaseerd op nader onderzoek waaruit bleek dat het bedrijf geen risicobedrijf was. Hierdoor was geen sprake van tegemoetkomen in de zin van de wet.
Daarom kon geen proceskostenveroordeling worden toegewezen en werd het verzoek afgewezen. Verzoekers konden zich voor vergoeding van griffierechten tot verweerder wenden. De uitspraak werd gedaan door mr. R.R. Winter op 11 mei 2004.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.