ECLI:NL:CBB:2004:AO9530
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bindende aanwijzing tarieven en voorwaarden Gasunie op grond van de Gaswet
Op 10 oktober 2002 dienden appellanten beroep in tegen een besluit van 30 augustus 2002 van de directeur DTe, waarin bezwaren tegen een eerdere bindende aanwijzing van 20 december 2001 aan Gasunie werden behandeld. De bindende aanwijzing verplichtte Gasunie haar tarieven voor transport en kwaliteitsconversie jaarlijks met 5% te verlagen over de jaren 2002 tot en met 2005. Appellanten en derde-belanghebbenden maakten bezwaar tegen deze aanwijzing, onder meer vanwege de hoogte van de tariefsverlaging en het boetesysteem dat Gasunie hanteert.
Het College overwoog dat het stelsel van onderhandelde toegang in de Gaswet ruimte laat voor richtlijnen en bindende aanwijzingen door de directeur DTe, die de onderhandelingspositie van marktpartijen versterken zonder de vrijheid van Gasunie om maatwerkovereenkomsten te sluiten te beperken. De richtlijnen zijn geen algemeen verbindende voorschriften en de directeur heeft discretionaire bevoegdheid om bindende aanwijzingen te geven.
Het College oordeelde dat de directeur DTe in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot een stapsgewijze tariefsverlaging van 5% per jaar, mede vanwege het belang van leveringszekerheid en het risico van overbelasting van het gasnet door transitstromen. Het boetesysteem werd als privaatrechtelijke sanctie aanvaardbaar geacht, waarbij de opbrengsten worden teruggesluisd aan de markt. De bezwaren van appellanten werden ongegrond verklaard en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bindende aanwijzing van de directeur DTe aan Gasunie wordt ongegrond verklaard.