3. Het bestreden besluit
Bij het thans bestreden besluit van 21 januari 2003 heeft verweerder, na appellant te hebben gehoord, het bezwaarschrift wederom ongegrond verklaard. Hiertoe is als volgt overwogen.
" (…)Door middel van satellietfoto's en de interpretatie daarvan door GeoRas, is gebleken dat de percelen met de volgnummers 3 en 4 in de referentieperiode 1987 tot en met 1991 met gras beteeld zijn geweest. (…)
Om satellietfoto's te weerleggen is bewijs op perceelsniveau een vereiste. Ten aanzien van de percelen met de volgnummers 3 en 4 met een totale aangevraagde oppervlakte van 5,60 hectare dient u aan te tonen dat deze percelen in één van de jaren 1987 tot en met 1991 zijn gebruikt voor de teelt van een of meer akker- en/of tuinbouwgewassen, en derhalve voldoen aan de definitie akkerland uit artikel 1, onder l, van de Regeling.
U heeft aangegeven dat u deze percelen pas sinds 1996 in gebruik heeft en derhalve geen bescheiden kunt overleggen die betrekking hebben op de referentieperiode. U heeft derhalve geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de betreffende percelen in de referentiejaren één jaar daadwerkelijk met een akkerbouwgewas beteeld zijn geweest.
U stelt dat uw bedrijf betrokken is geweest bij de ruilverkaveling Avezaath-Ophemert en dat de betreffende percelen u zijn toebedeeld in het kader van deze ruilverkaveling.
U beroept zich hiermede impliciet op artikel 4, tweede lid (oud), van de Regeling. Om een succesvol beroep op voornoemd artikel te kunnen doen ,moet komen vast te staan dat er van overheidswege een ruilverkaveling heeft plaatsgevonden na 31 december 1991. Vervolgens moet aangetoond worden welke percelen u bij de ruilverkaveling heeft ingeleverd en welke u daarvoor heeft terug gekregen. Voorts moet komen vast te staan dat de ingeleverde percelen voldoen aan de definitie akkerland. Indien aangetoond is dat de ingeleverde percelen aan de definitie akkerland voldoen, kan er vervolgens geschoven worden met de definitie akkerland naar die percelen die u bij de ruilverkaveling toebedeeld heeft gekregen en die niet voldoen aan de definitie akkerland.
Tijdens de hoorzitting is aan u gevraagd wanneer de ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. U heeft in uw brief van 14 januari 2002 en in uw bezwaarschrift aangegeven dat u de percelen in 1996 heeft verkregen bij een ruilverkaveling. U heeft echter aan uw bezwaarschrift een kopie uit het toedelingsregister met betrekking tot de ruilverkaveling toegevoegd, welke is bijgewerkt tot 1988. U heeft aangegeven dat de akte van toedeling is gepasseerd in 1996 en dat u de percelen feitelijk in gebruik hebt gekregen in 1995. In 1988 was er echter al een plan van toedeling en was het reeds duidelijk welke percelen u zou moeten inleveren. Het is u door de ruilverkavelingscommissie verboden de in te leveren grond nog te gebruiken voor akkerbouw, aangezien de bestemming van de percelen niet veranderd mocht worden.
Ook in 1987 zijn de ingeleverde percelen niet beteeld geweest met een akkerbouwgewas, zo geeft u aan tijdens de hoorzitting. Gelet op het bovenstaande voldoen de ingeleverde percelen derhalve niet aan de definitie akkerland en kunt u mitsdien geen succesvol beroep doen op artikel 4, tweede lid (oud), van de Regeling. (…)
De wettelijke bewaartermijn van zeven jaar, welke (…) voortvloeit uit de Nederlandse belastingwetgeving, is niet van toepassing op uw aanvraag oppervlakten. Deze materie wordt met name beheerst door Europese regelgeving. De referentieperiode van 1987 tot en met 1991 is dan ook in communautair verband bepaald en LASER heeft niet de beleidsvrijheid hiervan af te wijken.
Ook de opgelegde sanctie als gevolg van een afwijking van meer dan 20% volgt rechtstreeks uit de Europese verordening. Deze laat mij, behoudens de situatie van overmacht, eveneens geen mogelijkheid hiervan af te wijken. Van overmacht is mij in uw situatie niet gebleken."