ECLI:NL:CBB:2004:AO6359
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aansprakelijkstelling voor onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht en landbouwheffing
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin hij aansprakelijk werd gesteld voor niet betaalde landbouwheffing wegens onttrekking van melkpoeder aan het douanetoezicht. Het geschil betreft leveringen van melkpoeder uit Litouwen in 1993 en 1994, waarbij T1-documenten werden gebruikt die valselijk aangaven dat de goederen onder douanetoezicht stonden.
Het onderzoek, uitgevoerd door diverse instanties, toonde aan dat appellant betrokken was bij de frauduleuze handel in melkpoeder, zowel in een Rotterdamse periode (mei-juni 1993) als in een Arnhemse periode (juni-september 1993). Bewijsmiddelen omvatten verklaringen van medeverdachten, telefoontaps en administratieve documenten.
Appellant voerde aan dat de douaneschuld reeds in Duitsland was ontstaan en dat hij niet feitelijk betrokken was bij onttrekking aan het douanetoezicht. Het College verwierp deze grieven, stellende dat de onttrekking plaatsvond in Nederland en dat appellant als deelnemer aan deze onttrekking aansprakelijk is. De bewijsvoering werd als voldoende en betrouwbaar beoordeeld, ondanks het ontbreken van aanwezigheid van appellant bij sommige verklaringen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij het College oordeelde dat appellant terecht als (mede)schuldenaar is aangemerkt voor de niet betaalde landbouwheffing, en dat de hoogte van de heffing niet is weersproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de aansprakelijkstelling voor onttrekking melkpoeder aan het douanetoezicht en landbouwheffing wordt ongegrond verklaard.