ECLI:NL:CBB:2004:AO4446
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving ondertoezichtplaatsing veehouderijbedrijf wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van verweerder om haar veehouderijbedrijf onder officieel toezicht te plaatsen vanwege de aanwezigheid van verboden stoffen in dieren. Het toezicht volgde op positieve urine- en weefselonderzoeken van monsters genomen in augustus en september 1999.
Verweerder handhaafde de ondertoezichtplaatsing na een verzoek van appellante tot opheffing, omdat toen nog niet alle onderzoeksresultaten beschikbaar waren en het risico op het in de handel brengen van besmet vlees te groot werd geacht. Appellante betwistte dit en stelde dat het onderzoek onredelijk lang duurde en dat de contra-monsters die zij bewaarde onterecht werden genegeerd.
Het College oordeelde dat verweerder tekort is geschoten in de zorgvuldigheid door niet tijdig en voortvarend te beslissen na ontvangst van het verzoek van appellante op 15 november 1999. De resultaten van een brede screening van geselecteerde monsters waren op dat moment niet tijdig verwerkt, terwijl deze geen beletsel vormden om het toezicht eerder op te heffen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de handhaving van de ondertoezichtplaatsing tot 6 december 1999 betrof. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot handhaving van de ondertoezichtplaatsing wordt vernietigd voor zover het de handhaving tot 6 december 1999 betreft.