ECLI:NL:CBB:2004:AO4263
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging weigering toelating gewasbeschermingsmiddel wegens onaanvaardbare accumulatie in bodem
Appellante, Dow Agrosciences B.V., maakte beroep tegen het besluit van verweerder waarin de voorlopige toelating van het gewasbeschermingsmiddel Fortress, gebaseerd op de werkzame stof quinoxyfen, werd herroepen wegens onaanvaardbare accumulatie in de bodem. Verweerder had geweigerd het middel toe te laten omdat de DT50-waarde hoger was dan 180 dagen, wat volgens hem een absolute bovengrens voor persistentie overschreed.
Het College oordeelt dat de nationale regeling (Rumb 2000) met deze absolute persistentienorm niet verenigbaar is met de zogenaamde tenzij-bepaling in de uniforme beginselen (bijlage VI bij de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn), die ruimte laat voor wetenschappelijk onderbouwd tegenbewijs dat geen onaanvaardbare accumulatie optreedt. Het TCB-rapport waarop verweerder zich beroept biedt geen wetenschappelijke grondslag voor een harde norm waarbij elke overschrijding automatisch leidt tot weigering.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met het recht en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het griffierecht te worden vergoed.
Het College ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en benadrukt dat de nationale regelgeving de Europese uniforme beginselen niet mag ondermijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering toelating van het gewasbeschermingsmiddel wordt vernietigd.