ECLI:NL:CBB:2004:AO3839
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning beroepsgoederenvervoer wegens onvoldoende financiële draagkracht
Appellant had vergunningen voor binnenlands en grensoverschrijdend beroepsgoederenvervoer, die werden ingetrokken wegens het niet voldoen aan de kredietwaardigheidseisen. De kern van het geschil betrof de interpretatie van de financiële draagkracht, waarbij appellant stelde dat ook overdispositie- en leningfaciliteiten en goodwill mee moesten tellen. Verweerder en het College stelden dat alleen het eigen vermogen en achtergestelde leningen als kapitaal en reserves gelden.
Het College oordeelde dat de richtlijn 96/26/EG en de daarop gebaseerde nationale regelgeving duidelijk voorschrijven dat kapitaal en reserves het risicodragend vermogen omvatten, exclusief lang vreemd vermogen zoals leningen en overdisposities. De door appellant gestelde goodwill werd niet erkend wegens gebrek aan onderbouwing met een balans en accountantsverklaring.
Gelet op het negatieve eigen vermogen per 31 december 2000 en het ontbreken van voldoende bewijs dat aan de kredietwaardigheidseisen werd voldaan, was de intrekking van de vergunningen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunningen wordt ongegrond verklaard wegens het niet voldoen aan de financiële draagkrachtseisen.