ECLI:NL:CBB:2003:AO1591
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag CO2-reductieproject vervanging polypropeenfabrieken DSM
Appellanten, behorend tot het DSM-concern, vroegen subsidie aan voor de vervanging van twee bestaande polypropeenfabrieken (PPF-1 en PPF-2) gebaseerd op vloeistoffasetechnologie door een nieuwe fabriek (PPF-6) op basis van gasfasetechnologie. De aanvraag werd afgewezen omdat het project volgens de Adviescommissie CO2-reductieplan niet voldeed aan de criteria van het Besluit subsidies CO2-reductieplan, met name omdat het geen reductie van CO2-uitstoot opleverde ten opzichte van de bestaande gasfasefabriek PPF-3.
Verweerder handhaafde de afwijzing na bezwaar, waarbij werd vastgesteld dat het referentiekader de bestaande situatie bij DSM is, namelijk de gasfasetechnologie zoals toegepast in PPF-3. Appellanten voerden aan dat het referentiekader onjuist was en dat de vergelijking had moeten plaatsvinden met PPF-1 en PPF-2, die vervangen zouden worden. Het College oordeelde echter dat het referentiekader juist was en dat het advies van de Adviescommissie zorgvuldig tot stand was gekomen.
Het College stelde vast dat het tendersysteem vereist dat aanvragen worden beoordeeld op basis van de gegevens binnen de indieningsperiode en dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij door de procedure in hun belangen waren geschaad. Ook was er geen sprake van onzorgvuldigheid in de advisering. Gelet op het ontbreken van CO2-reductie ten opzichte van het referentiekader, was het project geen CO2-reductieproject in de zin van het Besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat het project geen CO2-reductie oplevert ten opzichte van het juiste referentiekader.