ECLI:NL:CBB:2003:AO1102
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging landbouwheffingen wegens onjuiste toepassing equivalentieverkeer rijst
Appellanten A en C hebben beroep ingesteld tegen besluiten waarbij landbouwheffingen werden opgelegd vanwege onjuiste toepassing van het equivalentieverkeer bij de invoer en veredeling van rijst. De heffingen betroffen navorderingen over de jaren 1995-1996, waarbij verweerder stelde dat appellanten niet voldeden aan de voorwaarden van het Communautair Douanewetboek (CDW) en de uitvoeringsverordeningen.
Het geschil betrof onder meer de vraag of verweerder bevoegd was tot het opleggen van de uitnodigingen tot betaling, de rechtsgeldigheid van de heffingen, de toepassing van de verjaringstermijn en de vraag of appellanten mochten vertrouwen op eerdere controles van de Algemene Inspectiedienst (AID). Verweerder stelde dat appellanten de vergissing redelijkerwijs hadden kunnen ontdekken en dat geen sprake was van een geldige schorsing van de verjaring.
Het College oordeelde dat verweerder de zorgvuldigheidsplicht had geschonden door appellanten niet tijdig te informeren over specificaties van de heffingen, waardoor de besluiten op dit punt vernietigd moesten worden. Tevens werd geoordeeld dat appellanten niet redelijkerwijs konden vertrouwen op de controlebevindingen van de AID en dat de verjaringstermijn niet was overschreden. Voor C werd bepaald dat het besluit opnieuw moest worden genomen binnen acht weken, terwijl de rechtsgevolgen voor A in stand bleven. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en ondeugdelijke motivering; hernieuwde besluitvorming wordt bevolen voor appellant C.