ECLI:NL:CBB:2003:AO1040
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag EG-steun akkerbouw wegens te late indiening
Appellante diende een aanvraag in het kader van de regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen. De aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze buiten de uiterste indieningsperiode was ontvangen. Appellante stelde dat zij de aanvraag tijdig had ingediend door het formulier op 12 mei 2002 per niet-aangetekende post te verzenden. Verweerder ontving het formulier echter pas op 11 juli 2002.
Tijdens de zitting lichtte appellante haar standpunt toe en voerde aan dat de administratie van verweerder mogelijk fouten maakte, waardoor de aanvraag zoekgeraakt zou zijn. Het College oordeelde dat appellante verantwoordelijk is voor tijdige indiening en het bewijs daarvan. Omdat de verzending niet aangetekend was, kon appellante niet aantonen dat de aanvraag tijdig was ontvangen.
Het College stelde vast dat geen sprake was van overmacht of bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de relevante verordening. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van de regeling kon verweerder de aanvraag niet anders dan afwijzen. De niet-ontvankelijkverklaring werd als een technische onvolkomenheid gezien zonder materiële gevolgen voor appellante.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de te laat ingediende aanvraag om EG-steun akkerbouw wordt ongegrond verklaard.