ECLI:NL:CBB:2003:AO1002
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- C.J. Borman
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking krediet voor elektronisch dienstenproject
Appellante had op basis van een regeling een krediet toegekend gekregen voor de ontwikkeling van een elektronisch biedsysteem dat tevens als interactief televisiekanaal zou functioneren. Verweerder trok het krediet in omdat appellante zonder voorafgaande toestemming werkzaamheden in het buitenland had uitgevoerd en de activiteiten in Nederland had stopgezet, wat volgens verweerder een ontmanteling van de onderneming betekende.
Appellante voerde aan dat de activiteiten in Nederland tijdelijk waren verminderd vanwege marktomstandigheden en arbeidsmarktschaarste, en dat zij de programmatuur onderhield om het project voort te zetten zodra de omstandigheden verbeterden. Tevens stelde zij dat verweerder haar nooit duidelijk had gewaarschuwd dat de situatie tot intrekking zou leiden.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd waarom het krediet volledig moest worden ingetrokken, mede omdat appellante herhaaldelijk toestemming had gevraagd en overleg had gevoerd. De stopzetting van activiteiten in Nederland was een gevolg van onvoorziene omstandigheden en niet per definitie strijdig met de regeling.
Daarom verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde het intrekkingsbesluit en beval verweerder tot een nieuwe beslissing over te gaan. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het krediet wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.