ECLI:NL:CBB:2003:AN8966
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- D. Roemers
- M.A. van der Ham
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit landbouwheffing wegens onttrekking melkpoeder aan douanetoezicht
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van verweerder waarin zij aansprakelijk werd gesteld voor landbouwheffing over melkpoeder dat aan het douanetoezicht zou zijn onttrokken. Verweerder baseerde de aansprakelijkheid op artikel 203 CDW Pro en nationale wetgeving, stellende dat appellante wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de melkpoeder onttrokken was.
Het geschil betrof de periode november 1993 tot en met maart 1994, waarin melkpoeder van GOS/Baltische oorsprong werd ingevoerd en geleverd aan appellante. Uit onderzoek en processen-verbaal bleek dat de melkpoeder aan het douanetoezicht was onttrokken. Verweerder stelde dat appellante als kenner van de markt naliet zich te vergewissen van betaling van heffingen en actief handelingen verrichtte die de onttrekking mogelijk maakten.
Appellante voerde aan dat de melkpoeder mogelijk was ingevoerd onder toepassing van actieve veredeling en equivalentieverkeer, waardoor lagere prijzen verklaard konden worden. Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had weerlegd dat appellante redelijkerwijs niet hoefde te weten van de onttrekking. Tevens werd geoordeeld dat het CDW geen terugwerkende kracht heeft en dat voor de periode vóór 1994 nationale wetgeving geldt, waarbij verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante door toedoen aansprakelijk was.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.