ECLI:NL:CBB:2003:AN8420
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.J. Borman
- M.S. Hoppener
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen wijzigingsaanvraag taxivergunning
Verzoekster, een vennootschap onder firma die taxivervoer exploiteert, diende op 26 maart 2003 een wijzigingsaanvraag in voor haar taxivergunning. Verweerder besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat niet alle vereiste documenten, waaronder recente verklaringen omtrent het gedrag, waren aangeleverd en het volledige legesbedrag niet was voldaan.
Verzoekster betoogde dat haar aanvraag als een wijzigingsaanvraag moest worden gekwalificeerd en onder het overgangsrecht viel, waardoor de aanvraag alsnog inhoudelijk behandeld moest worden. Tevens stelde zij dat het aanvragen van nieuwe verklaringen omtrent het gedrag tijdrovend was, maar dat zij geen wezenlijke financiële schade leed door de vertraging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanvraag niet voldeed aan de wettelijke vereisten en dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling had genomen. Het spoedeisend belang ontbrak, aangezien het indienen van een nieuwe, complete aanvraag de kortste en rechtens houdbare route was. Bovendien zou het toestaan van de voorlopige voorziening betekenen dat verweerder moest besluiten op basis van verouderde verklaringen omtrent het gedrag, wat strijdig is met de wet. Het verschil in legesbedrag was te gering om spoedeisendheid te rechtvaardigen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen.