ECLI:NL:CBB:2003:AJ9977
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking taxivergunning wegens ontbreken rechtstreeks belang appellant
Op 26 november 2002 heeft appellant beroep ingesteld tegen het besluit van 31 oktober 2002 waarin verweerder het bezwaar van appellant tegen de intrekking van een taxivergunning ongegrond verklaarde.
De vergunning was eerder aan B verleend, waarbij appellant vakbekwaamheid binnen B's onderneming zou inbrengen. Nadat appellant aangaf deze vakbekwaamheid niet meer te leveren wegens niet-nakoming door B, besloot verweerder de vergunning in te trekken. Appellant maakte bezwaar, maar werd door verweerder als belanghebbende erkend en zijn bezwaar ongegrond verklaard.
Het College oordeelt dat appellant geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit tot intrekking van B's vergunning, maar slechts een indirect belang via een civielrechtelijke relatie. Daarom was het onjuist appellant als belanghebbende te beschouwen en diens bezwaar te behandelen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Het College vergoedt appellant het betaalde griffierecht en verklaart het beroep voor het overige niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang en het bestreden besluit wordt voor zover het bezwaar betreft vernietigd.