ECLI:NL:CBB:2003:AI1119
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing hardheidsgeval pluimveerechten wegens onjuiste vergunningstoekenning
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van 11 oktober 2001 waarbij verweerder het bezwaar tegen een afwijzing inzake de toekenning van pluimveerechten op grond van hardheidsgeval 1 ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant recht had op hardheidsgeval 1, hetgeen afhankelijk is van het feit of in de periode 1 januari 1994 tot en met 5 november 1998 milieuvergunningen waren verleend voor uitbreiding van het aantal kippen of kalkoenen. Appellant beschikte over een milieuvergunning uit 1997 die later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd vernietigd wegens procedurele fouten.
Het College oordeelde dat de vernietiging van de vergunning terugwerkende kracht heeft, waardoor de vergunning geacht wordt nooit rechtsgeldig te zijn geweest. Desondanks stelde het College vast dat appellant op het moment van de melding beschikte over een aanvraag voor een milieuvergunning die als vervangende aanvraag diende. Deze aanvraag betrof dezelfde dieraantallen en werd ingediend vóór de uiterste datum van 6 november 1998.
Het College concludeerde dat appellant aan de voorwaarden van artikel 58k Meststoffenwet voldeed en dat verweerder voorwaardelijke pluimveerechten had moeten toekennen. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met toekenning van voorwaardelijke pluimveerechten.