ECLI:NL:CBB:2003:AI0372
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit varkensrecht op grond van Wet herstructurering varkenshouderij
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 15 november 2000 waarin bezwaar werd afgewezen over zijn varkensrecht op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij en het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij. Dit beroep werd mede gericht tegen een besluit van 6 september 2002, waarbij het bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond werd verklaard.
Het geschil betreft de berekening van het varkensrecht, waarbij appellant stelt dat hij in 1995 een niet-representatief aantal varkens heeft gehouden en in 1996 wel een representatief aantal, maar te laat aangifte heeft gedaan. Verweerder past de wet strikt toe, waardoor appellant slechter af is dan wanneer hij geen gegevens had verstrekt, wat het College onbillijk acht.
Het College oordeelt dat verweerder bij zijn besluitvorming rekening moet houden met onbillijkheden die de wetgever met het Besluit hardheidsgevallen wilde voorkomen. Het besluit van 6 september 2002 wordt vernietigd omdat verweerder niet heeft overwogen appellant gelijk te behandelen als varkenshouders die geen gegevens hebben verstrekt. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Het beroep tegen het besluit van 15 november 2000 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belang meer heeft bij toetsing van dat ingetrokken besluit. Het griffierecht wordt aan appellant terugbetaald. Het College wijst erop dat appellant niet onder de specifieke categorie van hardheidsgevallen valt waarvoor een bijzondere regeling geldt, maar wel recht heeft op een billijke behandeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 september 2002 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; verweerder dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.