ECLI:NL:CBB:2003:AH9203
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over tijdigheid van melding energie-investeringsaftrek
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin werd geoordeeld dat de melding voor energie-investeringsaftrek niet tijdig was gedaan. Het geschil betrof de vraag of de investeringsverplichtingen inzake isolatiemateriaal waren aangegaan op 14 april 2000 of pas op 12 september 2000.
Verweerder stelde dat op 14 april 2000 reeds een overeenkomst tot stand was gekomen door een opdrachtbevestiging van de leverancier, waardoor de melding op 21 november 2000 te laat was. Appellant voerde aan dat op 14 april 2000 slechts een intentie was uitgesproken onder voorbehoud van financiering en bouwvergunning, en dat de definitieve opdracht pas op 12 september 2000 was gegeven.
Het College stelde vast dat appellant aannemelijk had gemaakt dat de verplichtingen pas op 12 september 2000 waren aangegaan, mede gelet op de omstandigheden rond de financiering en vergunning en de verklaring van de leverancier dat de opdracht pas definitief was na ondertekening van de tekenwerkzaamheden. Het College vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moest beslissen.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard omdat de melding binnen de wettelijke termijn was gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat de melding tijdig was gedaan.