ECLI:NL:CBB:2003:AH9201
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken machtiging bij energie-investeringsaftrek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarbij het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek om een energie-verklaring niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. Het bezwaar was gericht tegen de afwijzing van een verzoek om een verklaring dat investeringen in een gasgestookte combi-oven kwalificeren als energie-investeringen in de zin van de Wet Inkomstenbelasting 2001.
Verweerder had appellante verzocht om een schriftelijke machtiging te overleggen waaruit bleek dat de gemachtigde bevoegd was om het bezwaar namens appellante in te dienen. Deze machtiging werd niet binnen de gestelde termijn overgelegd, waardoor verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Appellante stelde dat de machtiging wel in het bezit was van haar gemachtigde en abusievelijk niet was meegestuurd, en dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden.
Het College oordeelt dat het ontbreken van de machtiging binnen de gestelde termijn terecht leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De omstandigheid dat de machtiging abusievelijk niet was meegestuurd en later alsnog werd overgelegd, rechtvaardigt geen ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een tijdige machtiging.