ECLI:NL:CBB:2003:AH8768
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige schorsing vergunning biotechnologische handelingen Universiteit Maastricht wegens onduidelijke onderzoeksdoelstellingen
De Universiteit Maastricht kreeg op 10 januari 2003 een vergunning verleend voor het verrichten van biotechnologische handelingen met genetisch gemodificeerde muizen. Verzoekster, de Vereniging AVS Proefdiervrij, stelde beroep in en verzocht om schorsing van het besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de onderzoeksdoelstellingen op korte termijn onvoldoende concreet waren omschreven, waardoor een zorgvuldige ethische afweging niet mogelijk was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de vergunningaanvraag niet voldeed aan de toen geldende Regeling biotechnologie bij dieren, met name doordat adviezen van andere instanties zoals de COGEM niet waren overgelegd of opgevraagd. Ook de motivering voor de geldigheidsduur van vijf jaar was ontoereikend, terwijl de aanvraag acht jaar betrof.
Hoewel de Regeling per 1 maart 2003 zou worden gewijzigd waardoor sommige verplichtingen zouden vervallen, kon dat het oordeel over het besluit niet veranderen. De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit, waardoor de vergunning met onmiddellijke ingang komt te vervallen. Tevens werden griffierecht en proceskosten aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening aan de Universiteit Maastricht wordt geschorst wegens onvoldoende concrete onderzoeksdoelstellingen en gebrekkige motivering.