ECLI:NL:CBB:2003:AF9586
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen opgelegde geldboete wegens niet tijdig vaccineren vleesvarkens tegen ziekte van Aujeszky
Het tuchtgerecht heeft appellant een geldboete van €450 opgelegd wegens het niet vaccineren van ten minste 250 vleesvarkens in de periode van 1 januari 2001 tot en met 11 januari 2002 tegen de ziekte van Aujeszky. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarbij hij de hoogte van de boete betwistte.
Het College stelt vast dat het bewezenverklaarde juist is en dat de overtredingen een schending vormen van de geldende regelgeving omtrent de bestrijding van de ziekte van Aujeszky. De hoogte van de boete is conform de richtlijnen van het tuchtgerecht en rechtens aanvaardbaar. Appellant voerde als bijzondere omstandigheden de mkz-crisis aan, waardoor dierenartsen terughoudend waren met bedrijfsbezoeken, en griep bij de dieren die vaccinatie zou verhinderen.
Het College erkent dat de mkz-crisis een tijdelijke terughoudendheid van dierenartsen kan verklaren, maar acht het niet vaccineren geheel niet gerechtvaardigd, zeker niet nadat duidelijk werd dat het mkz-virus zich niet in de omgeving manifesteerde. Ook het uitstellen van vaccinatie wegens griep is slechts verontschuldigbaar als de dieren alsnog snel worden gevaccineerd, wat hier niet is gebeurd.
Daarom concludeert het College dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de richtlijnen rechtvaardigen en verwerpt het het beroep. Deze uitspraak is gebaseerd op de Verordening bestrijding ziekte van Aujeszky 2000, het Besluit vaststelling entschema ziekte van Aujeszky 2000 en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde geldboete wegens niet tijdig vaccineren van vleesvarkens wordt verworpen.