ECLI:NL:CBB:2003:AF9331
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake aanwijzing slachthuis voor vervoer levend pluimvee in compartimenten
Verzoekster, exploitant van een kippenslachterij in compartiment D, verzocht om een voorlopige voorziening om ook als slachthuis te worden aangewezen voor het vervoer van levend pluimvee vanuit compartiment H. Dit verzoek volgde op een wijziging van de Regeling compartimentering die slechts slachterij C in compartiment D als aangewezen slachthuis toestond. Verzoekster stelde dat zij hierdoor financieel wordt benadeeld en dat het besluit onrechtmatig, onzorgvuldig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel is.
De Minister verweerde zich met het belang van het voorkomen van verspreiding van het hoogpathogene aviaire influenzavirus, de veterinaire risico's van vervoersbewegingen en de noodzaak tot beperking van het aantal vervoerscorridors. Het besluit om slechts één slachthuis aan te wijzen werd gemotiveerd met afstandscriteria, capaciteit en het voorkomen van extra risico's op virusverspreiding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit een algemeen verbindend voorschrift betreft en geen concreet besluit in de zin van de Awb, maar dat het verzoek om ontheffing als aanvraag tot besluit kan worden gezien. De beoordeling van het beleid van de Minister vond plaats met terughoudendheid vanwege de veterinaire expertise en de ernst van de uitbraak. Het betoog van verzoekster dat het besluit onredelijk is, werd niet gevolgd omdat de Minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat het beperken tot één corridor noodzakelijk was.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De voorzieningenrechter stelde dat verzoekster andere rechtsmiddelen heeft om schade en vermeend misbruik van machtspositie aan te vechten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om ook als slachthuis te worden aangewezen voor vervoer van levend pluimvee tussen compartimenten werd afgewezen vanwege veterinaire risico's en het belang van het voorkomen van verspreiding van aviaire influenza.