ECLI:NL:CBB:2003:AF7173
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over termijn en proportionaliteit bij premieaanvraag vervroegd op de markt brengen kalveren
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de afwijzing van premieaanvragen voor het vervroegd op de markt brengen van kalveren wegens overschrijding van de driewekentermijn voor indiening. Appellanten A en C hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing door het Productschap Vee en Vlees, omdat zij de aanvraagformulieren te laat bij de bevoegde instantie zagen ontvangen. Zij stellen dat de indieningstermijn moet worden beoordeeld op basis van de datum van terpostbezorging volgens nationale regels en dat de sanctie van volledige weigering disproportioneel is gezien de geringe overschrijding.
Het College onderzoekt de toepasselijke Europese regelgeving, met name artikel 50 bis Pro van Verordening (EEG) nr. 3886/92, en de termijnregels uit Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71. Het College constateert dat de regeling strenge regels kent en dat de Commissie geen ruimte laat voor een proportionele vermindering van de premie bij te late indiening. Desondanks rijst de vraag of het evenredigheidsbeginsel niet in het gedrang komt bij volledige weigering bij geringe overschrijding.
Het College concludeert dat het niet evident is of het tijdstip van indiening moet worden vastgesteld op ontvangst door de bevoegde instantie of op terpostbezorging volgens nationale regels. Ook is onduidelijk of het volledige verlies van premie bij geringe termijnoverschrijding verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. Daarom verzoekt het College het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraken over deze vragen.
Uitkomst: Het College verzoekt het Hof van Justitie prejudiciële uitspraken over de uitleg van de indieningstermijn en de toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij termijnoverschrijding van premieaanvragen.