ECLI:NL:CBB:2003:AF6881
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over toepasselijkheid richtlijn 92/46/EEG op melkbestanddeel in samengesteld product bij invoer uit derde landen
Appellanten, bestaande uit drie vennootschappen betrokken bij de productie en invoer van een mengsel van suiker, melkpoeder en cacao uit Aruba, stelden beroep in tegen een besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees dat de invoer van het product weigerde omdat het melkpoeder afkomstig was uit een derde land dat niet op de lijst van toegestane landen staat volgens richtlijn 92/46/EEG.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onbevoegdheid van de ondertekenaar en oordeelde dat het mengsel geen product op basis van melk was, maar dat het melkbestanddeel (melkpoeder) wel aan de richtlijn moest voldoen. Appellanten betwistten de toepasselijkheid van de richtlijn op het samengestelde product en voerden aan dat alleen essentiële melkbestanddelen onder de richtlijn vallen.
Het College bevestigde dat de richtlijn niet zonder meer van toepassing is op samengestelde producten met niet-essentiële melkbestanddelen en stelde dat de interpretatie van de begrippen in de richtlijn niet eenduidig is. Daarom legde het College prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van de richtlijn, de definitie van essentiële melkbestanddelen en de toepasselijkheid op halffabrikaten.
Het College hield iedere verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: Het College houdt de beslissing aan en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van richtlijn 92/46/EEG.