ECLI:NL:CBB:2003:AF6812
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag wegens niet-uitvoering haalbaarheidsproject door derde partij
Appellante diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Subsidieregeling haalbaarheidsprojecten MKB voor een haalbaarheidsstudie naar een nieuw productieproces voor het ontkorsten van kaas. De subsidie werd aanvankelijk toegekend, maar de vaststelling ervan werd door verweerder afgewezen omdat het project niet volledig door een derde partij was uitgevoerd. Verweerder stelde dat appellante zelf substantieel betrokken was bij de uitvoering, onder meer door het verrichten van testwerkzaamheden en het inzetten van eigen relaties en middelen.
Appellante voerde aan dat de directeur slechts hand- en spandiensten had verricht en dat het onderzoek door een derde partij, C, was uitgevoerd. Het College oordeelde echter dat uit de verklaringen, telefonische verslagen en overgelegde stukken bleek dat appellante zelf activiteiten had verricht die niet strookten met de eis dat het project door een derde moest worden uitgevoerd. Tevens was onduidelijkheid over het feit dat het uiteindelijke haalbaarheidsonderzoek afweek van het oorspronkelijke projectplan.
Het College concludeerde dat verweerder op juiste gronden had geoordeeld dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het project niet door een derde partij is uitgevoerd zoals vereist.