ECLI:NL:CBB:2003:AF6698
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-toepasselijkheid analoge toepassing milieutoelatingseisen koperhoudende antifoulingverven
Appellanten, houders van toelatingen voor koperhoudende antifoulingverven, voerden bezwaar tegen besluiten van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin het wettelijk gebruiksvoorschrift werd beperkt tot gebruik op zeegaande schepen voor beroep of bedrijf en militaire schepen. Het College oordeelde dat het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) niet bevoegd was om het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Bmb) analoog toe te passen op niet-landbouwbestrijdingsmiddelen zonder deze wijziging als technisch voorschrift aan de Europese Commissie te melden, zoals vereist onder richtlijn 83/189/EEG.
De kern van het geschil betrof de vraag of de analoge toepassing van het Bmb op niet-landbouwbestrijdingsmiddelen een nieuw technisch voorschrift vormde dat aan de Commissie had moeten worden gemeld. Het College stelde vast dat het Bmb alleen betrekking heeft op gewasbeschermingsmiddelen en dat uitbreiding naar niet-landbouwbestrijdingsmiddelen een nieuwe werkingssfeer betrof. De notificatieplicht was niet nagekomen, waardoor het besluit niet aan appellanten kon worden tegengeworpen.
Het College verklaarde het beroep van appellanten sub 1 tot en met 6 gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werden appellanten deels in het gelijk gesteld omtrent proceskosten en griffierecht. Het beroep van appellanten sub 7 tot en met 10 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het beroep van appellanten sub 1 tot en met 6 wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens niet-naleving notificatieplicht onder richtlijn 83/189/EEG.