ECLI:NL:CBB:2003:AF6056
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten in laagdrempelige horecagelegenheid
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten in zijn horecagelegenheid. De burgemeester van Amsterdam heeft deze aanvraag geweigerd omdat de inrichting als laagdrempelig wordt aangemerkt, wat volgens de Wet op de kansspelen geen vergunning voor kansspelautomaten toestaat.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de horecagelegenheid hoog- of laagdrempelig is. Appellant stelt dat de verkoop van kleine etenswaren slechts 20,9% van de omzet bedraagt en dat de inrichting vooral wordt bezocht door zakenlieden die een volledige warme maaltijd wensen, waardoor sprake zou zijn van een hoogdrempelige inrichting.
Het College oordeelt echter dat het substantieel aanbod van kleine etenswaren en het feit dat deze een zelfstandige betekenis hebben, duiden op een laagdrempelige inrichting. Daarom is de weigering van de vergunning terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten wordt ongegrond verklaard.