ECLI:NL:CBB:2003:AF3769
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen ambtshalve vaststelling superheffing melk en zuivelproducten door Productschap Zuivel
Appellant betwistte de ambtshalve vastgestelde hoeveelheid melk en zuivelproducten die hij rechtstreeks aan de consument had geleverd in de heffingsperiode 1995/1996, waarop een superheffing werd gebaseerd. Verweerder, het Productschap Zuivel, had deze hoeveelheid vastgesteld vanwege het ontbreken van een volledige verkoopadministratie en onvoldoende opgave door appellant.
Appellant voerde aan dat de vastgestelde hoeveelheid de maximale verwerkingscapaciteit van zijn bedrijf overschreed en dat verweerder onvoldoende feitelijk onderzoek had verricht. Tevens stelde appellant dat toepassing van de vereveningsruimte van 19% over de heffingsperiode had moeten plaatsvinden, waardoor geen heffing verschuldigd zou zijn.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was tot ambtshalve vaststelling op basis van een redelijke schatting, die in lijn was met de door appellant zelf berekende verwerkingscapaciteit. Het ontbreken van een verkoopadministratie rechtvaardigde deze vaststelling. De stelling van appellant over de verwerkingscapaciteit bood geen grondslag voor een lagere schatting.
Verder oordeelde het College dat de opgave van appellant niet voldeed aan de vereisten van artikel 4, eerste lid, van Verordening (EEG) nr. 536/93, waardoor de sanctie van volledige heffing over de overschrijding terecht werd toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ambtshalve vaststelling van de superheffing blijft in stand.