ECLI:NL:CBB:2003:AF2879
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking vergunning beroepsgoederenvervoer wegens onvoldoende kredietwaardigheid
Verzoeker, een ondernemer in het beroepsgoederenvervoer, kreeg bij besluit van 12 december 2001 zijn vergunningen ingetrokken wegens het niet voldoen aan de kredietwaardigheidseisen. Verweerster, de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO), handhaafde dit besluit bij besluit van 18 november 2002. Verzoeker stelde dat de beoordeling van zijn kredietwaardigheid onjuist was, omdat verweerster niet alle elementen van de Europese Richtlijn 96/26/EG in acht had genomen, zoals overdispositie- en leningfaciliteiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerster bij de beoordeling van de kredietwaardigheid inderdaad niet alle relevante elementen had betrokken, wat waarschijnlijk tot een onjuiste negatieve beoordeling had geleid. De regeling die verweerster hanteerde, bevatte een beperkter toetsingskader dan voorgeschreven in de richtlijn. Hierdoor was het besluit tot intrekking van de vergunningen onvoldoende gemotiveerd en waarschijnlijk niet standhoudend in de bodemprocedure.
Gezien de ernst van de gevolgen voor verzoekers bedrijfscontinuïteit en de waarschijnlijkheid dat het intrekkingsbesluit niet in stand zal blijven, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het intrekkingsbesluit en het besluit tot afwijzing van bezwaar werden geschorst tot de uitspraak in de bodemprocedure. Verweerster werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen voor beroepsgoederenvervoer wordt toegewezen en de intrekkingsbesluiten worden geschorst.