ECLI:NL:CBB:2002:AF3250
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening bij opschorting vergunningintrekking
Verzoekster ontving op 20 februari 2002 een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten in haar inrichting. Op 2 juli 2002 trok de burgemeester van Apeldoorn deze vergunning in en bepaalde dat de kansspelautomaten per direct verwijderd moesten worden. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg op 4 juli 2002 een voorlopige voorziening om het intrekkingsbesluit te schorsen.
De burgemeester schortte de werking van het intrekkingsbesluit op totdat op het bezwaar zou zijn beslist, waarna verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening introk en de voorzieningenrechter verzocht de gemeente te veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente aan verzoekster was tegemoetgekomen door de opschorting, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling toewijsbaar was.
De kosten werden begroot op € 322,-- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De voorzieningenrechter veroordeelde de gemeente Apeldoorn tot betaling van deze kosten en wees het meer of anders gevorderde af. De uitspraak werd gedaan door mr. R.R. Winter op 20 december 2002.
Uitkomst: De gemeente Apeldoorn wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskosten na opschorting van het intrekkingsbesluit en intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.